Dativ (naamval 3)


Overzicht der/ein/nul-Groepen Informatie Oefeningen  

Zoals verteld kennen we in het Duits verschillende naamvallen. We kennen er zelfs vier! Het Nederlandse meewerkend voorwerp hoort bij de derde naamval, ook wel Dativ genoemd. De Dativ is niet alleen maar het meewerkend voorwerp en wordt voor meerdere onderdelen gebruikt. Lees hier verder.

1.Bouwstenen  
2. Meewerkend Voorwerp 
3. Voorzetsels  
4. Werkwoorden 3e nv 
5. Persoonlijke voornaamwoorden 
6. Dativ met bijvoeglijk naamwoord 

1. Hoe?

De derde naamval kent nog steeds de vier geslachten, maar er verandert iets.

Overzicht: Der- en Ein-Groep in Nominativ (1) en Dativ (3) (SterkinDuits.nl)

Zowel de der-groep als de ein-groep veranderen met de naamvallen mee.

2. Het meewerkend voorwerp.
Je stelt de vraag voor het meewerkend voorwerp: aan wie/wat + gezegde + onderwerp. Je moet “aan” erbij bedenken in het Nederlands. Er mag dus niets voor staan.

  • Ik heb jou een kado gegeven.
    = Ich habe dir ein Geschenk gegeben.

3. Voorzetsels.

Er zijn voorzetsels die ervoor zorgen, dat je altijd de Dativ (derde naamval) moet gebruiken. Dat is handig!
De volgende voorzetsels verlangen altijd de 3e naamval:

  • aus = uit
  • außer = behalve
  • bei  = bij
  • mit = met
  • nach = naar
  • seit = sinds
  • von = van/door
  • zu = naar / tot
  • bis zu = tot
  • gegenüber = tegenover
  • entgegen = tegemoet

Je ziet het volgende dan gebeuren in de zinnen:
– Mein Freund hat seit zwei Jahren (meervoud) eine Freundin.
 Mit meiner Schwester war ich zwei Wochen in Berlin!

4. Werkwoorden en speciale vormen
Er zijn ook speciale werkwoorden en constructies die altijd de 4e naamval verlangen.

  • danken       –>  Ich danke dir.
                        = Ik dank je.
  • helfen         –>   Ich habe meiner Mutter beim Staubsäugen geholfen.  
                        = Ik heb mijn moeder bij het stofzuigen geholpen. 
  • gratulieren –>  Er gratuliert dir mit deinem Geburtstag. 
                        = Hij feliciteert jou met jouw verjaardag.
                        [Ja, er kunnen twee zinsdelen in dezelfde naamval staan]
  • glauben     –> Glaube mir!
                        = Geloof mij!

Andere werkwoorden zijn: begegnen, folgen, gefallen, gehören, kondolieren, schaden, passen, gelingen, trauen, fehlen en nog meer. [Vraag jouw docent naar welke andere werkwoorden je nog zou moeten weten leren].

Werkwoorden in de categorie geven/nemen en mededelen krijgen zowel een Dativ als een Akkusativ. 

  • Voorbeelden van werkwoorden in de categorie “Verben des Gebens und Nehmens”
    schicken  = sturen
    schenken = kado geven
    senden = zenden
    leihen = lenen
    Voorbeeld: Ich schicke dir eine Mail
  • Voorbeelden van mededelen “Verben des Sagens”:
    erzählen = vertellen
    beweisen = bewijzen
    mitteilen = mededelen
    wünschen = wensen
    (gratulieren = feliciteren)
    Voorbeeld: Sie haben uns Ihre Geschichte erzählt.

5. Persoonlijk voornaamwoord
Ook het persoonlijk voornaamwoord verandert in de Dativ (derde naamval) mee.

Overzicht: Persoonlijk voornaamwoorden Nominativ/Dativ (SterkinDuits.nl)

 

6.Overzicht incl. bijvoeglijk naamwoord

Overzicht: Dativ met bijvoeglijk naamwoorden (SterkinDuits.nl)