Zinnen bouwen (zinsdelen)

Op deze pagina vind je de Nederlandse zinsdelen gecombineerd met de Duitse zinsdelen. Wil je direct naar het overzicht? Klik dan hier.

De basiszin: onderwerp en persoonsvorm

onderwerp + persoonsvorm

Uitleg

De persoonsvorm bestaat uit één werkwoord. Je kunt de persoonsvorm vinden, door het werkwoord van tijd te veranderen. Mocht dat niet lukken, kijk dan of je van het werkwoord enkelvoud of meervoud kunt maken.

Het onderwerp in de zin kun je op twee manieren herkennen.

Manier 1: de vraag stellen “wie/wat + persoonsvorm/gezegde”.

Manier 2: het woord “hij” in de zin plaatsen. Je ontkomt er niet aan, een gedeelte uit de zin te vervangen zodat je een goede zin hebt. We noemen dit de hij/hem-proef.

Voorbeeldaanpak: persoonsvorm en onderwerp in zin (Sterkinduits, z.d.)

Zin met lijdend voorwerp

onderwerp + gezegde + lijdend voorwerp (+ gezegde)

Nemen we een langere zin, dan kun je een lijdend voorwerp hebben. In een lange zin kunnen we een gezegde en een lijdend voorwerp hebben. Je hebt niet altijd een lijdend voorwerp in de zin.

Uitleg

Het gezegde betekent alle werkwoorden in de zin, dus incl. de persoonsvorm.

Het lijdend voorwerp kun je op twee manieren in een zin vinden:

Manier 1: de vraag stellen “wie/wat + gezegde + onderwerp”.

Manier 2: het woord “hem” in de zin zetten. Het gedeelte van de zin dat je kunt vervangen voor “hem” is het lijdend voorwerp (hij/hem-proef).


Voorbeeldaanpak: lijdend voorwerp in zin (Sterkinduits, z.d.)

Zin met meewerkend voorwerp

onderwerp + gezegde + meewerkend voorwerp + lijdend voorwerp (+ gezegde)

Uitleg

Het meewerkend voorwerp kun je in het Duits vinden door er “aan” bij te bedenken. Er is niet altijd een meewerkend voorwerp in de zin.


Voorbeeldaanpak: meewerkend voorwerp in zin (Sterkinduits, z.d.)

De Duitse zinsopbouw

Wat is een naamval?

Je kent nu de drie belangrijkste bouwstenen voor zinnen uit het Nederlands. Gelukkig voor jou zijn deze zinsdelen (onderwerp, meewerkend voorwerp en het lijdend voorwerp) er in het Duits ook. De vragen die je stelt zijn namelijk hetzelfde. De zinsdelen noemen we alleen naamvallen. Naast de vragen zijn er nog andere voorwaarden om een naamval te herkennen.

Overzicht Nederlands-Duitse naamvallen

Overzicht: Duitse naamvallen (Sterkinduits, 2019)

* (..) In Duitsland worden de naamvallen niet genummerd, maar aangesproken met de officiële naam.

Je ziet dus dat je met de hij/hem-proef OF door de vragen te stellen, net zoals je in het Nederlands gewend bent, al een groot gedeelte in het Duits kunt herkennen.

Je ziet alleen dat er meer regels zijn in het Duits. Deze beslaan “werkwoorden” en “voorzetsels”. Dit zijn rijtjes die je uit het hoofd leert, zodat je daarna precies weet welke naamval daarbij behoort. Dat is makkelijk!

Op deze site vind je de rijtjes als onderdeel bij de naamvallen staan.