Hierbij de oefening voor de Konjunktiv II. Er zijn meer vragen in de database dan er per quiz gevraagd worden. Oefen net zo vaak als je wilt.

Bekijk de theorie nogmaals.

#1. Vul de juiste vorm van het werkwoord in de Konjunktiv II in: [können] ... Sie mir sagen, wo der Bahnhof ist?

#2. Vertaal en vervoeg het werkwoord: Du [zou moeten] ... eigentlich zum Arzt. ? Het werkwoord "müssen" gebruik je als iets noodzakelijk/verplicht/wettelijk is, "sollen" gebruik je bij een voorstel, advies of bevel van een ander.

#3. Übersetze: [zou jij] .... mir das mal erklären?

#4. Vul de juiste vorm van het werkwoord in de Konjunktiv II in: Ich [sein] ... so gerne Millionär.

#5. Vervoeg de twee werkwoorden in de Konjunktiv II: Wenn er Geld [haben] ..., [fleigen] ... er nach Japan ... .

#6. Vul in: [Sein] ... ich doch langsamer gefahren!

#7. Übersetze: wij zouden graag willen weten

#8. Übersetze: jullie zouden weten

#9. Vul de juiste vorm van het werkwoord in de Konjunktiv II in: Ich [können] ... meine Hausaufgaben machen.

#10. Vervoeg het werkwoord: Wie [lösen] ... ihr die Aufgabe ...?

Fertig

Ergebnis

Print Friendly, PDF & Email