Oefen hier met het werkwoord ‘sein’ in de tegenwoordige tijd.

Tip! Bekijk de theorie voordat je met de quiz begint.

Maak de quiz meerdere keren: je zult merken dat je nieuwe vragen ertussen krijgt.

#1. Wat is correct? Vertaal: u bent

#2. Vertaal het werkwoord en vervoeg: Meine Schwester [zijn] ... müde.

#3. Übersetze (vertaal): jullie zijn

#4. Übersetze (vertaal): hij is

#5. Übersetze (vertaal): wij zijn

#6. Vervoeg het werkwoord: Schule [sein] ... manchmal langweilig. ? Het lijkt op het Nederlands.

Vertaling: School is soms saai. School is één ding, je kijkt voor de vervoeging van het werkwoord ‘sein’ naar hij/zij/het (er/sie/es).

#7. Übersetze (vertaal): zij zijn

#8. Vervoeg het werkwoord: Hallo! Ich [sein] ... Myrthe. Ich [sein] ... 15 Jahre alt.

#9. Übersetze (vertaal): zij is

#10. Vervoeg het werkwoord: Die Katze [sein] ... schwarzfarbig.

#11. Übersetze (vertaal): ik ben

#12. Übersetze (vertaal): jullie zijn geweest

Fertig

Ergebnis

-