Overtreffende trap

De trappen van vergelijking

Over de stellende, vegrotende en overtreffende trap

De overtreffende trap gebruik je als je iets wil benadrukken: het blauwe gebouw is mooier dan het groene gebouw. De snellere auto wint!

Je kunt bijvoeglijk naamwoorden vergroten, zoals lief – liever – het liefst.Je kent drie niveaus van “overtreffende trap”
1. Positiv = stellende trap.
2. Komparativ = vergrotende trap.
3. Superlativ = ovetreffende trap.

1) Hoe maak je de overtreffende trap?

Overzicht Overtreffende trap (Sterkinduits, 2019)

Even op een rijtje:

De vergrotende trap maak je door: stellende trap + er
– sneller dan – schneller als
– langzamer dan – langsamer als
– bozer dan – böser als

De overtreffende trap maak je door: am + stellende trap + (e)sten Voorbeelden:
– het snelst: am schnellsten
– het langzaamst: am langsamsten
– het boost: am bösesten

2) Uitzonderingen
A. Bij de vergrotende trap valt de -e weg, als het bijvoeglijk naamwoord op -el eindigt én als het op -er eindigt met de klanken -eu- of -au- ervoor.
Voorbeeld:
– dunkel – dunkler – am dunkelsten
– teuer – teurer – am teuersten

B. Overtreffende trap met -esten, als het bijvoeglijk naamwoord…
1. .. eindigt op een klinker (a, o, au, ..)
2. .. eindigt op -d of -t;
3. .. eindigt op een sis-klank (s, ß, z)
4. .. een klemtoom heeft op de laatste lettergreep.

C. Korte bijvoeglijke naamwoorden krijgen een Umlaut in zowel de vergrotende als de overtreffende trap. Let op, er zijn uitzonderingen.
Voorbeeld: lang – länger – am längsten en jung – jünger – am jüngsten.

D. Onregelmatige vormen (leren).
Er zijn een aantal bijvoeglijk naamwoorden die sterk veranderen. Je kent ze ook in het Nederlands als: goed – beter – het best. Deze vormen moet je uit het hoofd leren.
– groß – größer – am größten
– gut – besser – am besten
– oft – häufiger – am häufigsten
– hoch – höher – am höchsten
Er zijn er nog veel meer. Vraag na welke je moet weten voor de toets.

3) Vergelijken

Je gebruikt de vergrotende vormen als je ze gaat vergelijken.

  • Positieve vergelijking: 
    even/zo …. als: (genau)so, (eben)so, (gerade)so ….. wie
    Hij is precies zo slim als ik.
    = Er ist genau (genau)so klug wie ich.
    Mijn broers zijn net zo jong: zij zijn tweelingen.
    = Meine Brüder sind gleich jung: sie sind Zwillinge.
  • Negatieve vergelijking: je gebruikt dan “dan” in het Duits “als”.
    de groene auto is goedkoper dan de zwarte auto.
    = Das grüne Auto ist billiger als das schwarze Auto.

4) Gebruik van de trappen in een bijvoeglijk naamwoord

Je kunt de trappen van vergelijking ook gebruiken als bijvoeglijk naamwoord. Zoals: Waar is de kleinere auto? Ik wil de snelste auto.

In het Duits maak je hem als volgt:
X Vergrotende trap: -er + uitgang
Wo ist das kleinere Auto?
X Overtreffende trap: -st + uitgang
Wo is das kleinste Auto?

Je houdt je bij het vervoegen aan de regels van de naamvallen. Dit betekent: achter het bijvoeglijk naamwoord komt een uitgang.