Voorzetsel “naar”



Het voorzetsel “naar”

van A naar B…

In het Duits is er niet één vertaling voor het voorzetsel “naar”, maar zijn er vijf vertalingen!

nach = na, naar              auf = op, naar

zu = te, naar                  an = aan, naar

in = in, naar

Wanneer gebruik je welke vertaling?

Nach: betekent na, maar dus ook naar.

a. Naar richtingen

  • nach links       = naar links
  • nach Norden   = naar het noorden

b. Landen zonder lidwoord

  • nach Deutschland – nach Spanien – nach Italien

c. In combinatie met vaste werkwoorden

  • Ich werfe nach = Ik gooi naar
  • Ich greife nach = Ik grijp naar

d. nach Hause = naar huis

Zu:

a. Naar personen

  • Ich gehe zum Arzt.               = Ik ga naar de arts.
  • Ich gehe zu meiner Tante.     = Ik ga naar mijn tante.

b. Richtingen met lidwoord. Je gaat alleen in de richting, dus niet het gebouw in.

  • zur Schule gehen = naar school gaan (maar niet gebouw betreden)
  • der Weg zur Hölle = de weg naar de hel

In: betekent in, maar dus ook naar.

a. Landen met voorzetsel – geografische betekenis met lidwoord

  • in die Türkei = naar Turkije
  • in die Schweiz = naar Zwiterserland
  • in den Osten Deutschlands    = naar het oosten van Duitsland

b. Als je daadwerkelijk een gebouw “ingaat

  • in die Schule gehen = naar school gaan (wel het gebouw betreden)

c. Vaste uitdrukkingen

  • ins Theater gehen      = naar het theater gaan
  • ins Museum gehen     = naar het museum gaan
  • ins Konzert gehen      = naar het concert gaan
  • in die Vorlesung gehen = naar de voorlezing gaan

Er zijn nog meer vaste uitdrukkingen! Vraag aan jouw docent welke je nog meer moet weten.

auf: betekent op, maar dus ook naar.

a. bij gemeente/officiële instanties (kan ook zu zijn).

  • auf die Post –  zur Post     = naar het postkantoor
  • auf das Rathaus               = naar het raadhuis

b. Vaste uitdrukkingen

  • aufs Klo           = naar het toilet
  • auf eine Party = naar een feestje

an

bij meren/zeeën

  • an den Golf = naar de golf.
  • ans Ufer = aan de oever
  • an die Nordsee= de noordzee