Voorzetsel “voor”

Het voorzetsel “voor”

Informatie

Hoe vertaal je het voorzetsel “voor”? Lees het hier!

In het Duits kennen we gebruikelijk twee vertalingen voor “voor”: vor en für.
Wanneer gebruik je welke vertaling?

vor gebruik je bij…
a. een plaatsaanduiding.
–> Wir treffen uns vor dem Haus.

b. bij kloktijden.
–> Es ist Viertel vor zwei.

c. iets dat “eerder” dan een tijd plaatsvindt.
–> Die Hausaufgaben müssen vor Freitag abgegeben werden!

Naamval: “vor” verlangt de derde naamval – de Dativ of de vierde naamval – de Akkusativ.
Voorbeeld bij de vierde naamval: Jan setzt sich vor meinen Lehrer. Je kunt in deze zin vragen “Waar naar toe?”.

für gebruik je bij…
a. tijden om aan te geven hoelang iets duurt.
–> Ich habe für vier Tage eine Reise gebucht.

b. in de vertaling “voor iemand” en “ten behoeve van”.
–> Ich habe für dich Blumen gekauft.
–> Der Kurs ist nur für Jugendliche, nicht für Erwachsene.

c. ergens voor zijn / mee eens zijn:
–> Ich bin für Tierrechte!

d. doelen en “overige” gevallen
–> Für meine Abschlussprüfung muss ich noch zwei Bücher lesen.

Naamval: “für” verlangt altijd de vierde naamval – de Akkusativ.

Bijzondere vertalingen [Leerbaar]:
auf der Hand liegen = voor de hand liggen
zum ersten Mal = voor de eerste keer
zum Spaß = voor de lol
Schritt für Schritt = stap voor stap
sich bedanken für = (zich) bedanken voor
Angst haben vor = angst hebben voor
warnen vor = waarschuwen voor
Hochmut kommt vor dem Fall. = Hoogmoed komt voor de val.

Er zijn nog meer vertalingen die anders zijn! Niet alles staat hier vermeld.