Betrekkelijk voornaamwoord

Het betrekkelijk voornaamwoord betrekt zich op een eerder zelfstandig naamwoord. Of terwijl: het slaat terug op een (zelfstandig naam)woord dat al eerder genoemd is. Dat gedeelte noem je het antecedent.
Voorbeeld:
– Ik wil de rode jas hebben, omdat die super gaaf is. [Die slaat terug op “de rode jas”]
– Ich möchte die rote Jacke haben, weil die super cool ist.

Het betrekkelijk voornaamwoord in de vormen van der, die en das kun je in het Nederlands vertalen met die (mannelijke, vrouwelijke en meervoudswoorden) en dat (onzijdige woorden).

Wat is het betrekkelijk voornaamwoord?

1. Relativpronomen – Schema

Schema: Duits betrekkelijk voornaamwoord (Sterkinduits, z.d.)

2. Hoe vertaal je het betrekkelijk voornaamwoord naar het Nederlands?

De betrekkelijke voornaamwoorden kennen de w-vormen als vertaling.

Betrekkelijk voornaamwoord in Nominativ (naamval 1)

Het betrekkelijk voornaamwoord wordt in het Nederlands met die of dat vertaald..

Mannelijk,
vrouwelijk,
meervoud
NL: Onzijdig NL:
der die = die das = dat

Voorbeeldzinnen:

Der Mann, der mit mir spricht, ist mein Onkel.
= De man die met mij spreekt, is mijn oom.

Die Frau, die mir gestern einen Hund geschenkt hat, ist meine Mutter.
= De vrouw die mij gisteren een hond geschonken heeft, is mijn moeder.

Das Schein, das auf dem Streichelzoo lebt, riecht.
= Het varken dat op de kinderboerderij leeft, stinkt verschrikkelijk.

Die Männer, die jetzt zum Stadion laufen, sind Fußballfans.
= De mannen die nu naar het stadion lopen, zijn voetbalfans.

Betrekkelijk voornaamwoord in Genitiv (naamval 2)

Mannelijk,
onzijdig
NL: Vrouwelijk,
Meervoud
NL:
dessen= wiens
= van wie de/het
= waarvan de/het
deren= wier
= van wie de/het
= waarvan de/het

Voorbeeldzinnen:

Mein Freund, dessen Mutter gerade 50 Jahre alt geworden ist, hat eine Party organisiert.
= Mijn vriend, wiens moeder zojuist 50 jaar oud geworden is, heeft een feest georganiseerd.

Die Tochter, deren Mutter gerade 50 Jahre alt geworden ist, hat eine Party organisiert.
= De dochter, wier moeder zojuist 50 jaar oud geworden is, heeft een feest georganiseerd.

Je ziet dus, dat het betrekkelijk voornaamwoord zich richt op het woord voor de komma.

Betrekkelijk voornaamwoord in Dativ (naamval 3)

Duits
Dativ (3)
Mannelijk, Onzijdig Vrouwelijk Meervoud
Betrekkelijk voornaamwoord:     dem       dem     der     denen  
Nederlandse Vertaling:= (aan) wie= waaraan
= dat
= aan wie  = wie
= aan wie
= die

Voorbeeldzinnen:

Die Person, mit der ich telefoniere, ist meine beste Freundin.
= De persoon, met wie ik telefoneer, is mijn beste vriendin.

Die Menschen, denen ich geholfen habe, haben die Prüfung bestanden.
= De mensen, die ik geholpen heb, hebben de toets gehaald.
[helfen = werkwoord met de Dativ)

Betrekkelijk voornaamwoord in Akkusativ (naamval 4)

Duits Akkusativ (4) Mannelijk, Onzijdig Vrouwelijk, Meervoud
Betrekkelijk voornaamwoord:     den       das   die   die  
Nederlandse Vertaling:= die
= wie (na voorzetsels)
= dat  = die
= wie (na voorzetsels)  
= die
= wie (na voorzetsels)

Voorbeeldzinnen:

Das Geschenk, das ich für dich gekauft hatte, war ziemlich teuer.
= Het cadeau dat ik voor jou gekocht had, was tamelijk duur.

Der Freund ohne den ich nicht nach Deutschland fahre, heißt Marco.
= De vriend zonder wie ik niet naar Duitsland ga, heet Marco.

3. Hoe werkt het schema?

Zie hieronder de uitleg met voorbeelden.