Bezittelijk voornaamwoord

Bezittelijke voornaamwoorden geven een bezit aan: het is van iemand. Je zet de bezittelijke voornaamwoorden voor zelfstandige naamwoorden, op de plek van de lidwoorden der/die/das of ein/eine.

Nederlandsmannelijkvrouwelijkonzijdigmeervoud
eeneineineein
geenkeinkeinekeinkeine
Bezittelijk:    
mijnmeinmeinemeinmeine
jouwdeindeinedeindeine
zijnseinseineseinseine
haarihrihreihrihre
ons/onzeunserunsereunserunsere
jullieeuereuereeuereuere
hunihrihreihrihre
uwIhrIhreIhrIhre

 

Het geslacht van het woord achter het bezittelijk voornaamwoord geeft aan, of je er een –e achter zet of niet.

Dus….

Je maakt het bezittelijk voornaamwoord op dezelfde manier als (k)ein of (k)eine.

 

Voorbeelden:

  1. uw dochter =  Ihre Tochter (v)
  2. haar broer = ihr Bruder (m)
  3. onze moeder = unsere Mutter (v)
  4. mijn kassabon =  mein Kassenzettel (m)