Bezittelijk voornaamwoord

Bezittelijke voornaamwoorden geven een bezit aan: het is van iemand. Je zet de bezittelijke voornaamwoorden voor zelfstandige naamwoorden, op de plek van de lidwoorden der/die/das of ein/eine.

Je maakt het bezittelijk voornaamwoord op dezelfde manier als (k)ein of (k)eine.

Overzicht van de bezittelijke voornaamwoorden

Voorbeelden:

  1. uw dochter =  Ihre Tochter (v)
  2. haar broer = ihr Bruder (m)
  3. onze moeder = unsere Mutter (v)
  4. mijn kassabon =  mein Kassenzettel (m)