De Konjunktiv II is een mooie werkwoordsvorm: het werkwoord is namelijk netjes, hoffelijk of beleefd.

Je kunt het vertalen in het Nederlands met de zou-vorm. In het thema “Essen und Trinken” heb je de werkwoordsvorm “ich möchte ein Kilo Äpfel. ” voor “ik zou graag een kilo appels willen” geleerd. Hartstikke netjes op de markt of in de supermarkt. Maar wat is de regel hierachter?

1) Wanneer gebruik je de Konjunktiv II?

Je gebruikt de Konjunktiv II als je…
1.. iets beleefd wil zeggen (hoffelijkheid);
2.. als je een droom wil uitspreken (iets niet werkelijks).
3.. in het Nederlands de zou-vorm gebruikt.

2) Hoe maak je de Konjunktiv II?

A. Basisformule
Je maakt de Konjunktiv vaak met de formule: würden + infinitiv (= heel werkwoord).
werden in de Konjunktiv = würden

Basisregel Konjunktiv II (SterkinDuits.nl)

Voorbeeld: Ich würde mir die Playstation kaufen. = ik zou (mij) de playstation willen kopen.

B. Uitzonderingen
Zoals altijd heb je uitzonderingen. Bepaalde werkwoorden hebben een eigen vorm
in de Konjunktiv II. Hoe maak je deze vormen? Heel simpel: je neemt de verleden
tijd van die werkwoorden en plakt er een trema op. De uitgangen zijn dus
hetzelfde, de enige verandering is de trema (Umlaut).

1. hulpwerkwoorden
haben wordt hätten
sein wordt wären

Overizcht haben en sein in de Konjunktiv II (SterkinDuits.nl)

Voorbeeld: Ich würde mir die Playstation kaufen, wenn ich Geld hätte.

2. Modale werkwoorden
De modale werkwoorden hebben een eigen vorm in de Konjunktiv II. Je neemt daarvoor de uitgangen uit de verleden tijd, maar je plaatst wel de Umlaut in het werkwoord als dit al in het initiatief staat.

Overzicht modale werkwoorden in de Konjunktiv II (SterkinDuits.nl)
Print Friendly, PDF & Email