In het Nederlands kennen we zwakke en sterke werkwoorden. De meeste werkwoorden zijn zwak, ook in het Duits.
Wat is een sterk werkwoord?
Sterke werkwoorden veranderen van klank als je ze in de verleden tijd zet. Bijvoorbeeld: ik loop, ik liep en ik heb gelopen.
De meeste sterke werkwoorden in het Nederlands zijn dat ook in het Duits! Handig! Vertaal ze daarom altijd Nederlands-Duits en Duits-Nederlands.

In de (onvoltooid) tegenwoordige tijd

Er zijn voor de tegenwoordige tijd drie typen werkwoorden die je moet weten.
1. Sterke werkwoorden met een lange -e in de stam;
2. Sterke werkwoorden met een korte -e in de stam;
3. Sterke werkwoorden met een -a in de stam.

Sterke werkwoorden in de tegenwoordige tijd. Van Sterk in Duits (2020).

Voltooid deelwoord (Partizip II)

Het voltooid deelwoord van sterke werkwoorden maak je: GE + STAM + EN.

Er zijn uitzonderingen. Kijk in jouw lesboek of woordenboek naar de uitzonderingen. De meeste uitzonderingen hebben nog wel een klankverandering bij het voltooid deelwoord, bijvoorbeeld: ich bin geschwommen.

Werkwoorden worden in de voltooide tijd vervoegd met een vorm van ‘haben’ of ‘sein’. Werkwoorden die een beweging schrijven worden met ‘sein’ vervoegd. Dit is anders dan in het Nederlands! Bijvoorbeeld: Ich bin durch die Stadt gelaufen.

Verleden tijd

Lijst van sterke werkwoorden

In het Duits is er een hele rij met werkwoorden die veranderen. De werkwoorden die jij moet weten, staan in jouw lesboek. Hieronder vind je een aantal:

Kleine lijst van sterke werkwoorden. @ Sterk in Duits (versie 2020)